Verzorging

Verzorging

Bloembollen zijn makkelijk in onderhoud. Veel bloembollen kunnen zelfs jaren op dezelfde plek blijven staan. Ze vermeerderen vanzelf; dit doen ze via uitzaaien of door spontane bolgroei. Dit noemen we verwilderen. Narcis, krokus, winter akoniet, anemoon, sneeuwklokje, Scilla en Muscari vormen na een tijdje zelfs een heel tapijt.

Een aantal bloembollen, zoals tulp en hyacint, bloeit het eerste jaar na planten rijk, maar in de jaren daarna raakt de bloembol uitgeput en bloeit deze steeds minder. Een uitzondering hierop zijn de botanische tulpensoorten.

Een aantal tips om lang van de bloembollen te kunnen genieten:

  • Geef laatbloeiers zoals de tulp, hyacint, Allium en Iris in een droog voorjaar zo nu en dan water.
  • Knip na de bloei de uitgebloeide bloemen uit.
  • Knip het blad niet af, maar laat blad en stelen vergelen (= afsterven). Zo voedt de bol zich en komt hij volgend jaar terug (bij verwilderingsbollen).
  • Bemest na de bloei verwilderingsbollen als narcis, krokus, Scilla, anemoon, Muscari en winterakoniet. Bemesting stimuleert de vorming van bloemknoppen in de zomer.